Uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) blijkt dat 77 procent van de Nederlandse kinderen tot drie jaar in 2014 gebruik maakte van een vorm van opvang. Dat is meer dan in elk ander Europees land.
In landen waar veel gebruik wordt gemaakt van kinderopvang wordt over het algemeen vaak parttime gewerkt, zoals in Nederland. 

In Nederland ging 45 procent van de kinderen onder de drie jaar naar een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal (formele opvang) en werd 32 procent alleen opgevangen door familie of andere opvang aan huis. Denemarken is koploper wat formele opvang betreft. Daar ging 70 procent van de jongste kinderen naar een kinderdagverblijf. Ook in Zweden en Noorwegen maakt meer dan 50 procent van de kinderen gebruik van formele opvang. In de meeste andere landen heeft geen van beide vormen de overhand en worden ze ook naast elkaar gebruikt.

Parttime werken                                   

In landen waar veel gebruik wordt gemaakt van kinderopvang wordt over het algemeen vaak parttime gewerkt, zoals in Nederland. Veruit de meeste kinderen hier worden minder dan 30 uur per week opgevangen. In Oost-Europa gaan de minste kinderen naar de opvang. In Bulgarije bijvoorbeeld slechts 27 procent. Maar de kinderen die daar opgevangen worden gaan meestal wel de hele week.

Afname formele opvang

Het Parool meldt dat Nederland dan misschien wel koploper is in opvang, maar dat er tussen 2012 en 2014 een flinke afname is geweest in het gebruik van formele opvang: 72 duizend kinderen. In meer dan de helft van de Nederlandse gemeenten nam het aandeel kinderen in de opvang met meer dan 5 procent af, en in Amsterdam zelfs 13,5 procent. Maar sinds 2015 is er weer sprake van groei.

Lees hier het volledige rapport van het CBS