Praten, praten en nog eens praten. Baby’s leren het meest van taal als een volwassene regelmatig tegen ze praat. Dat werkt vier keer beter dan voorlezen.

Dit ontdekten Ierse onderzoekers van de Limerick University. Vakblad Vroeg publiceert hierover op hun website. Voorafgaand aan het onderzoek, gingen de wetenschappers uit van voorlezen als belangrijkste middel om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. Maar het onderzoek wees uit dat veel babbelen, bijvoorbeeld tijdens huishoudelijke klusjes, het beste werkt.

Plaatjes laten zien

Voor het onderzoek werden 7.854 baby’s van negen maanden oud onderzocht. Hoeveel taal zij door hun ouders aangeboden kregen, verschilde. Bijna alle ouders toonden regelmatig plaatjes aan hun baby. 80 procent las hun baby vaak voor. 66 procent van de ouders gaf aan veel met hun baby te praten. Dat laatste bleek vier keer beter voor de taalontwikkeling van baby’s dan voorlezen. Het helpt kinderen bovendien drie keer meer in hun vermogen om problemen op te lossen.

Volwassenen zijn vaak geneigd om simpele taal te gebruiken tegen kinderen. Tegen baby’s worden vaak alleen maar klanken uitgesproken. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat kinderen meer baat hebben bij volwassen taalgebruik. Lees meer

Effect voorlezen

Dat betekent niet dat voorlezen helemaal geen effect heeft. De onderzoekers blijven het effect van voorlezen op kinderen onderzoeken. Binnenkort starten ze een onderzoek naar het langetermijneffect van voorlezen bij kinderen tot drie jaar.

Televisie uit

Tot slot: veel praten met baby’s is goed, maar heeft geen effect als de televisie aan staat. Dit ontdekten onderzoekers van de Hollins University in Virginia. Het achtergrondgeluid van de tv kan een vertragend effect hebben op de taalverwerving van een kind. Van luisteren naar taal leren kinderen het meest, maar de tv werkt verstorend en remt ouders om zelf met hun baby te praten.